woning
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wo·ning
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | woning | woningen |
| verkleinwoord | woninkje | woninkjes |
Zelfstandig naamwoord
woning v
- een doorgaans afgesloten constructie waarin men kan leven
- In het flatgebouw waren 20 woningen gereed voor bewoning.
Uitdrukkingen en gezegden
- de woning binnenstappen
in de woning gaan
- de woning uit moeten
uit de woning gezet worden
Vertalingen
1. een doorgaans afgesloten constructie waarin men kan leven
de woning binnenstappen
|
de woning uit moeten
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.