wijd
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: wijd (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ʋɛɪ̯t/
- (Vlaanderen, Brabant): /β̞ɛːt/
- (Limburg): /wɛɪ̯d/
Woordafbreking
- wijd
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | wijd | wijder | wijdst |
| verbogen | wijde | wijdere | wijdste |
Bijvoeglijk naamwoord
wijd
- met een brede lip
- met veel ongevulde ruimte
- met een groot oppervlak
- ver
- heel, veelvoorkomend
- Kachels waren vroeger wijd verspreid voor de verwarming van huizen.
Antoniemen
- [1] nauw
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
1.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| wijden |
wijd