lip

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord lip lippen
verkleinwoord lipje lipjes

Zelfstandig naamwoord

lip m

  1. (anatomie) elk van beide vlezige uitstekels van de mondopening.
  2. dat wat door vorm, functie of plaatsing gelijkenis met een lip heeft.

Spreekwoorden
  • Aan iemands lippen hangen.
Bijzonder aandachtig luisteren.
  • Het water komt hem tot aan de lippen.
De nood is hoog gestegen voor hem.
  • Op elkaars lip zitten.
Dicht bij elkaar zitten."
  • Op iedereens lippen liggen.
Algemeen onderwerp van gesprek zijn.
  • Tussen neus en lippen.
In een verloren moment.

Vertalingen

Meer informatie

Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/lip"
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen