ruimte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • ruim·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van ruim met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord ruimte ruimten
ruimtes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ruimte v

  1. beschikbare uitgestrektheid, mate waarin iets ruim is
    Hij heeft er de ruimte.
  2. vertrek, kamer
    We kwamen in een ruimte die bedoeld was voor het houden van vergaderingen.
  3. heelal, universum
    De raket werd de ruimte ingeschoten.
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: de openbare ruimte / de publieke ruimte
de ruimte die voor iedereen toegankelijk is
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen