wijdte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijd·te
enkelvoud meervoud
naamwoord wijdte wijdten, wijdtes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wijdte v

  1. de mate waarin iets wijd is
    Er werd besloten de wijdte van de mazen te vergroten.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen