breed

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breed

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen breed breder breedst
verbogen brede bredere breedste
partitief breeds breders -

breed

  1. van grote afmeting in de zijdelingse richting.
    Zo'n Hummer is wel een erg brede auto.
  2. het ~ hebben: welvarend zijn
    Zij hadden het niet zo breed in die akelige tijd.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen