mag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /mɑχ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /mɑx/
Woordafbreking
- mag
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| mogen |
mag
- enkelvoud tegenwoordige tijd van mogen
Uitdrukkingen en gezegden
- Een glas mag.
Vertalingen
Een glas mag.
|
Hongaars
Zelfstandig naamwoord
mag
Wolof
Uitspraak
Zelfstandig naamwoord
mag
- volwassene
- oudere broer
- ouder persoon
Werkwoord
mag
- groot zijn.
Afrikaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mag | magte |
Zelfstandig naamwoord
mag
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Hongaars
- Zelfstandig naamwoord in het Hongaars
- Plantkunde in het Hongaars
- Woorden in het Wolof
- Zelfstandig naamwoord in het Wolof
- Werkwoord in het Wolof
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Wiskunde in het Afrikaans