wal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wal
| 1. en 2. | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | wal | wallen |
| verkleinwoord | walletje | walletjes |
| 3. | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | wal | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
wal m
- aarden verhoging als verdediging tegen een vijand
- aarden verhoging als verdediging tegen een overstroming
- het vaste land in tegenstelling tot het boord van een schip
Uitdrukkingen en gezegden
- Voet aan wal zetten.
- Aan wal gaan.