willen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wil·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: willen
Oudnederlands: willen
Germaans: *wiljanan
Indo-Europees: *wel-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: will (Angelsaksisch: willan), Duits: wollen, (Oudhoogduits: wellen), Fries: wolle (Oudfries: willa, wolla)
Noord: Zweeds: vilja, Deens/Noors: ville, (Nynorsk: vilje, Oudnoors: vilja), IJslands/Faeröers: vilja
Oost: Gotisch: wiljan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
willen
wilde, wou
gewild
onregelmatig volledig

Werkwoord

willen

  1. (modaal werkwoord) iets als verlangen hebben
    Hij wilde daarover geen uitsluitsel geven.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen