welvaart
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wel·vaart
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | welvaart | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (economie) de mate waarin de behoeften met de beschikbare middelen kunnen worden bevredigd
- In de jaren 1950 is de welvaart enorm toegenomen, maar soms ging dat ten kost van het welzijn.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| welvaren |
welvaart