welvaart

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wel·vaart
enkelvoud meervoud
naamwoord welvaart -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

welvaart v/m

  1. (economie) de mate waarin de behoeften met de beschikbare middelen kunnen worden bevredigd
    In de jaren 1950 is de welvaart enorm toegenomen, maar soms ging dat ten kost van het welzijn.

Werkwoord

vervoeging van
welvaren

welvaart

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van welvaren
    ... dat jij welvaart.
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van welvaren
    ... dat hij welvaart.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen