waaien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /'ʋajə(n)/
Woordafbreking
- waai·en
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Middelnederlandse woord waien: een klasse 7 ww o.v.t. wieu, in Gotisch reduplicerend: waiwo van een Proto-Indo-Europees wortel *we met gelijke betekenis. [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| waaien |
woei waaide |
gewaaid |
| gemengd
klasse 6 |
volledig | |
Werkwoord
waaien
- (onpersoonlijk) (meteorologie) het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer
- Er woei een sterke zuidwestelijke wind.
| Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
betrekken • bliksemen • dauwen • donderen • dooien • gieten • hagelen • ijzelen • miezeren • misten • motregenen • nevelen |
|||||||||||
Vertalingen
1. plaatsvinden van een sterke luchtstroming
Verwijzingen
- ↑ Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892