onweren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·we·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| onweren |
onweerde |
geonweerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
onweren
- (onpersoonlijk) (meteorologie) het plaatsvinden van het weerverschijnsel van bliksem en donder
- Met het onweren is de bliksem tien keer ingeslagen.
Verwante begrippen
| Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
betrekken • bliksemen • dauwen • donderen • dooien • gieten • hagelen • ijzelen • miezeren • misten • motregenen • nevelen |
|||||||||||