waaier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • waai·er
enkelvoud meervoud
naamwoord waaier waaiers
verkleinwoord waaiertje waaiertjes

Zelfstandig naamwoord

waaier

  1. scherm in halve schijfvorm dat dient om te verkoelen door wind aan te waaien
    Met dit warme weer worden veel waaiers verkocht.
  2. iemand die wind aanwaait
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
waaieren

waaier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waaieren
    Ik waaier.
  2. gebiedende wijs van waaieren
    Waaier!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van waaieren
    Waaier je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen