wannen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- wan·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wannen |
wande |
gewand |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
wannen
- (overgankelijk) graan zuiveren van kaf door het in de wind op te werpen of te laten vallen
- Zij wannen het graan nog op ouderwetse wijze.
Vertalingen
1. graan zuiveren van kaf door het in de wind op te werpen of te laten vallen
Zelfstandig naamwoord
wannen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wan