gieten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gie·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| gieten |
goot |
gegoten |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
gieten
- (overgankelijk) een vloeistof vallend laten vloeien
- Brons werd in een vorm gegoten om een standbeeld van hem te maken.
- (onpersoonlijk), (meteorologie) hevig regenen
- Het goot en hij werd kleddernat.
Afgeleide begrippen
- afgieten, begieten, bijgieten, ingieten, leeggieten, opgieten, overgieten, uitgieten, vergieten, volgieten
Verwante begrippen
[2]
| Werkwoorden voor weersgesteldheden in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
betrekken • bliksemen • dauwen • donderen • dooien • gieten • hagelen • ijzelen • miezeren • misten • motregenen • nevelen |
|||||||||||
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.