scanner
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scan·ner
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Engels.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | scanner | scanners |
| verkleinwoord | scannertje | scannertjes |
Zelfstandig naamwoord
scanner m
- (informatica), (optica) een elektronisch apparaat waarmee op papier gedrukte tekst of afbeeldingen worden omgezet in digitale bestanden voor een computer
- Ik heb een scanner gekocht waarmee ik dia's en foto's kan digitaliseren.
- (informatica), (economie) een (rand-) apparaat om barcodes mee te lezen
- Naast de ingebouwde scanners heeft elke kassa ook nog een losse handscanner beschikbaar.
- (elektronica) een radiocommunicatie-ontvanger (mobilofoon, portofoon e.d.) die steeds alle kanalen langsgaat en stopt op een bezet kanaal
- De oninteressante kanalen kan ik op deze scanner laten overslaan.
- (medisch) de in de geneeskunde toegepaste instrumenten waarmee volgens verschillende technieken, beelden worden verkregen die uit vele lagen zijn samengesteld
- We werken al enige maanden met de nieuwe scanner .
- (techniek) een toestel voor de identificatie van dieren met een ingebrachte microchip
- Het dierenasiel heeft nu ook zo'n scanner om weggelopen dieren thuis te brengen.
Synoniemen
- [2] barcodelezer
Verwante begrippen
- [1] fotokopie, printer
- [2] barcode, boekhouding, kassa
- [3] mobilofoon, portofoon, radiocommunicatie, zappen
- [4] CT-scan, doorlichten, MRI, PET-scan, röntgenfoto
- [5] halsband, identificatie, microchip
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.