scanner

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Beeldscanner
[2] Barcodescanner
[3] Radioscanner
[4] Medische scanner
[5] Microchip-scanner


Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scan·ner
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels.
enkelvoud meervoud
naamwoord scanner scanners
verkleinwoord scannertje scannertjes

Zelfstandig naamwoord

scanner m

  1. (informatica), (optica) een elektronisch apparaat waarmee op papier gedrukte tekst of afbeeldingen worden omgezet in digitale bestanden voor een computer
    Ik heb een scanner gekocht waarmee ik dia's en foto's kan digitaliseren.
  2. (informatica), (economie) een (rand-) apparaat om barcodes mee te lezen
    Naast de ingebouwde scanners heeft elke kassa ook nog een losse handscanner beschikbaar.
  3. (elektronica) een radiocommunicatie-ontvanger (mobilofoon, portofoon e.d.) die steeds alle kanalen langsgaat en stopt op een bezet kanaal
    De oninteressante kanalen kan ik op deze scanner laten overslaan.
  4. (medisch) de in de geneeskunde toegepaste instrumenten waarmee volgens verschillende technieken, beelden worden verkregen die uit vele lagen zijn samengesteld
    We werken al enige maanden met de nieuwe scanner .
  5. (techniek) een toestel voor de identificatie van dieren met een ingebrachte microchip
    Het dierenasiel heeft nu ook zo'n scanner om weggelopen dieren thuis te brengen.
Synoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen