printer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈprɪntər/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈprɪntər/
Woordafbreking
- prin·ter
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | printer | printers |
| verkleinwoord | printertje | printertjes |
Zelfstandig naamwoord
printer m
- (informatica) toestel om gegevens af te drukken onder andere op papier
- De printer was aangesloten op de computer en kon gebruikt worden.
- randapparatuur van een printer (1)
Vertalingen
1. toestel om gegevens af te drukken onder andere op papier.
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.