printer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prin·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord printer printers
verkleinwoord printertje printertjes

Zelfstandig naamwoord

printer m

  1. (informatica) toestel om gegevens af te drukken onder andere op papier
    De printer was aangesloten op de computer en kon gebruikt worden.
  2. randapparatuur van een printer (1)
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen