halsband
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- hals·band
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | halsband | halsbanden |
| verkleinwoord | halsbandje | halsbandjes |
Zelfstandig naamwoord
halsband m
- een om de hals en nek gesnoerde band
- Baasje deed de hond zijn halsband om en ze gingen een stuk wandelen.
Vertalingen
1. een om de hals en nek gesnoerde band
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.