elektronica
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- elek·tro·ni·ca
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | elektronica | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
elektronica v
- (wetenschap) (elektrotechniek) de tak van elektrotechniek die zich bezighoudt met het gedrag van elektronen in de vrije ruimte of vaste stof hetgeen leidt tot actieve componenten zoals elektronenbuizen en transistors of in niet-lineaire componenten zoals b.v. diodes
- Hij is bezig elektronica te leren.
Hyponiemen
- consumentenelektronica, defensie-elektronica, kwantumelektronica, micro-elektronica, opto-elektronica, quantumelektronica, spinelektronica, vermogenselektronica
Afgeleide begrippen
- elektronica-industrie, elektronicabedrijf, elektronicabranche, elektronicabusiness, elektronicafabrikant, elektronicasector, elektronicawinkel, elektronicazaak
Vertalingen
1. de tak van elektrotechniek die zich bezighoudt met het gedrag van elektronen...
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.