rijden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈrɛɪ̯də(n)/, /ˈræɪ̯də(n)/, /ˈrɛɪ̯.jə(n)/, /ˈræɪ̯.jə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈrɛːdə(n)/, /ˈrɛː.jə(n)/
- (Limburg): /ˈrɛɪ̯də(n)/
Woordafbreking
- rij·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| rijden /'rɛɪ̯də(n)/ |
reed /ret/ |
gereden /ɣə'redə(n)/ |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
rijden
- (ergatief) zich verplaatsen met behulp van een voertuig
- Zij reden naar Amsterdam.
- (overgankelijk) iemand met een voertuig ergens heen brengen
- Hij heeft mij naar Amsterdam gereden.
- zich voortbewegen op een rijdier (bijv. een paard)
- Zij reed op een ruin.
Vertalingen
1. zich verplaatsen met behulp van een voertuig