reed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reed

Werkwoord

vervoeging van
rijden

reed

  1. enkelvoud verleden tijd van rijden
    Ik reed.
    Jij reed.
    Hij, zij, het reed.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen