reed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /re/, /ret/
- (Vlaanderen, Brabant): /ret/
- (Limburg): /red/
Woordafbreking
- reed
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rijden |
reed
- enkelvoud verleden tijd van rijden
- Ik reed.
- Jij reed.
- Hij, zij, het reed.
- Ik reed.