peer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
1. Twee peren aan een perenboom.
2. Een peer (gloeilamp).

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • peer
enkelvoud meervoud
naamwoord peer peren
verkleinwoord peertje peertjes

Zelfstandig naamwoord

peer v/m

  1. (fruit) vrucht van de perenboom
  2. gloeilamp in de vorm van een peer (1)
Spreekwoorden
  • appels met peren vergelijken
Vertalingen

Meer informatie


Wolof

Uitspraak
  • IPA: /pɛːr/

Werkwoord

peer

  1. leeglopen
    «Bal bi peer na.»
    De ballon liep leeg.

Zelfstandig naamwoord

peer

  1. stam (van een boom)
  2. paar
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen