staren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sta·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| staren |
staarde |
gestaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
staren
- (inergatief) langdurig naar één punt kijken, soms zonder iets op te merken
- Je kunt nog lang naar deze bladzijde staren, maar wiskunde leer je er niet van.