oor

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor
enkelvoud meervoud
naamwoord oor oren
verkleinwoord oortje oortjes

Zelfstandig naamwoord

oor o

  1. (anatomie) lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord.
  2. (numismatiek) oude Nederlandse munt.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Spreekwoorden
  • iemand een oor aannaaien
  • een oor te luisteren leggen
  • kleine potjes hebben grote oren
Vertalingen

Meer informatie



Afrikaans

enkelvoud meervoud
oor ore

Zelfstandig naamwoord

oor

  1. (anatomie) oor.
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/oor"
Persoonlijke instellingen