luisteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- luis·te·ren
Vaste voorzetsels
- luisteren naar
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| luisteren /'lœstərə(n)/ |
luisterde /'lœstərdə/ |
geluisterd /ɣə'lœstərt/ |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
luisteren
- (inergatief) ~ naar gericht waarnemen met het oor
- Luister naar wat ik zeg!
- (inergatief) een bevel opvolgen
- De hond luistert meteen naar zijn baasje.
Synoniemen
- 1. toehoren
- 2. gehoorzamen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: naar de naam ... luisteren
... heten
- [1]: nauw luisteren
nauwkeurigheid vereisen
Vertalingen
1. gericht waarnemen met het oor
2. een bevel opvolgen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.