mus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mus
enkelvoud meervoud
naamwoord mus mussen
verkleinwoord musje musjes

Zelfstandig naamwoord

mus m

  1. (vogels) Passeridae Wikispecies-logo-en.png, een zangvogel behorend tot de wevervogels die zelden ver van de mensen nestelt.
    Wij hebben vaak mussen in de achtertuin.
Vertalingen

Meer informatie


Latijn

Uitspraak
Woordafbreking
  • mus

Zelfstandig naamwoord

mūs m

  1. (knaagdier) muis
  2. (knaagdier) rat, marter, sabelmarter e.a.
Verbuiging
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: mus rusticus
veldmuis
  • [2]: mus urbanus
stadsmuis


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mus
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord mús.
Naar frequentie 2824

Zelfstandig naamwoord

mus m / v

  1. (dierkunde), (zoogdieren), (knaagdier) muis
  2. (informatica) muis, computermuis
  3. (informeel), (eufemisme) een vulgair woord voor vrouwelijk geslachtsdeel
Verbuiging
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mus
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mus     musa
bijvorm: musa  
  mus
myser  
  musene
mysene  

Zelfstandig naamwoord

mus v

  1. (dierkunde), (zoogdieren), (knaagdier) muis
  2. (informatica) muis, computermuis
  3. (informeel), (eufemisme) een vulgair woord voor vrouwelijk geslachtsdeel
Synoniemen


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

mus g

  1. (dierkunde) muis
  2. (informatica) muis, computermuis
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen