mus

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord mus mussen
verkleinwoord musje musjes

Zelfstandig naamwoord

mus m

  1. (dierkunde) Passeridae, zangvogel, behorend tot de wevervogels, nestelt zelden ver van de mensen weg.

Vertalingen

Meer informatie


Latijn

Zelfstandig naamwoord

mus; m nominativus enkelvoud

  1. muis (knaagdier, meestal uit het geslacht Mus)

Verbuiging
sing. plur.
nom.
voc.
mus mures
gen. muris murium
dat. murī muribus
acc. murem mures
abl. mure muribus

Noors

Zelfstandig naamwoord

mus m/v.


  1. muis. Een klein zoogdier uit de orde van de Rodentia.
  2. muis. (Computer)
  3. vulgair woord voor vrouwelijk geslachtsdeel.

Zweeds

Zelfstandig naamwoord

mus g.


  1. muis. Een klein zoogdier uit de orde van de Rodentia.
  2. muis. (Computer)
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/mus"
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen