muts
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- muts
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | muts | mutsen |
| verkleinwoord | mutsje | mutsjes |
Zelfstandig naamwoord
muts v
- (kleding) hoofddeksel van textiel zonder harde rand
- Zet je muts op! Het vriest buiten.
- netmaag, één van de vier magen van herkauwers
- de volkse naam voor vagina
- een scheldwoord voor een vrouw
Vertalingen
1. hoofddeksel van textiel zonder harde rand.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.