verplichting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: verplichting (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vər.ˈplɪχ.tɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant): /vər.ˈplɪx.tɪŋ/
- (Limburg): /vɛr.ˈplɪx.tɪŋ(g)/
Woordafbreking
- ver·plich·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van verplichten met het achtervoegsel -ing.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verplichting | verplichtingen |
| verkleinwoord | verplichtinkje | verplichtinkjes |
Zelfstandig naamwoord
verplichting v
- iets dat moet
- Hij was een verplichting aangegaan om het geld binnen 30 dagen te betalen.
Uitdrukkingen en gezegden
Verplichtingen aangaan.
Vertalingen
1. iets dat moet
verplichtingen aangaan
|