munt

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • munt
2 enkelvoud meervoud
naamwoord munt munten
verkleinwoord muntje muntjes

Zelfstandig naamwoord

munt m

  1. Mentha, een plant met sterk aromatische blaadjes waarvan muntthee wordt getrokken, ze worden ook als keukenkruid gebruikt.
  2. geldstuk
  3. muntzijde van geldstuk.
Kop of munt?
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen