munt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- munt
| 2 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | munt | munten |
| verkleinwoord | muntje | muntjes |
Zelfstandig naamwoord
munt m
- (medisch) (kruid) Mentha
, een plant met sterk aromatische blaadjes waarvan muntthee wordt getrokken en die als keukenkruid wordt gebruikt, pepermunt, akkermunt en kruizemunt - geldstuk
- instelling waar geld gemunt wordt
- muntzijde van geldstuk
- Kop of munt?
- geldsoort
- de Duitse mark was een heel sterke munt
Hyponiemen
- 5-pesetamunt, aarmunt, ananasmunt, appelmunt, edelmunt, euromunt, goudmunt, hertsmunt, pepermunt, poleimunt, watermunt
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- kop of munt gooien
Vertalingen
1. een plant met sterk aromatische blaadjes waarvan muntthee wordt getrokken, ze worden ook als keukenkruid gebruikt
2. geldstuk
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| munten |
munt