bent
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- bent
| vervoeging van |
|---|
| zijn |
Werkwoord
bent
- tweede persoon enkelvoud van zijn
- Jij bent een kanjer!
- Bent u meneer Jansen?
- (verouderd) tweede persoon meervoud van zijn
- Jullie bent te groot voor iets kinderachtigs.[1]
Verwijzingen
- ↑ p.74 Bint
Bordewijk 1934
Engels
Werkwoord
bent
- verleden tijd van bend.