munten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- mun·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| munten |
muntte |
gemunt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
munten
- (overgankelijk) een stuk metaal omvormen tot een munt
- In Dorestad werden lange tijd sceatta's gemunt, die in het belendende Frankische Rijk in ruime omloop waren.
Zelfstandig naamwoord
munten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord munt