munten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mun·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
munten
muntte
gemunt
zwak -t volledig

Werkwoord

munten

  1. (overgankelijk) een stuk metaal omvormen tot een munt
    In Dorestad werden lange tijd sceatta's gemunt, die in het belendende Frankische Rijk in ruime omloop waren.

Zelfstandig naamwoord

munten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord munt