coin
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| coin | coins |
Zelfstandig naamwoord
coin
Frans
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| coin | le coin | coins | les coins |
Zelfstandig naamwoord
coin m
- hoek, uithoek: bijv. van kamer, huizenblok, voetbalveld, wereld etc.
- richting, streek: bijv. waaruit de wind waait
- (wiskunde): hoek, tussen lijnen en vlakken
- (techniek): wig, gereedschap om te kloven
- (numismatiek): stempel, om munten/penningen te slaan
- (handel): ijkmerk, waarmerk, op gewichten, goud, zilver etc.