plaag
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plaag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | plaag | plagen |
| verkleinwoord | plaagje | plaagjes |
Zelfstandig naamwoord
- een wijdverspreid ongemak of fysieke bedreiging veroorzaakt door een buitensporig optreden van organismen als insecten, bacteriën, knaagdieren enz
- Een dier dat in zijn land van herkomst een normaal deel van de natuur is, kan best ergens anders een plaag veroorzaken, zoals in Australië met de konijnen gebeurd is.
Vertalingen
1. een wijdverspreid ongemak of fysieke bedreiging veroorzaakt door een buitensporig optreden van organismen als insecten, bacteriën, knaagdieren enz
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| plagen |
plaag