moder

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Zelfstandig naamwoord

moder g

  1. (verouderd) moeder
Synoniemen
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   moder     moderen     mødre     mødrene  
genitief   moders     moderens     mødres     mødrenes  



Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /moːðɐ(r)/

Zelfstandig naamwoord

moder v

  1. (familie) moeder
  2. beschermster
  3. hoofd van een vrouwenklooster
Verbuiging
Synoniemen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der

Zelfstandig naamwoord

moder m

  1. (familie), (schertsend) moeder
  2. (eufemisme), een (moederachtige) oorsprong
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   moder     moderen     mødre,
mødrer  
  mødrene  
genitief   moders     moderens     mødres,
mødrers  
  mødrenes  
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] Guds moder

  • Moeder van God.

[2] moder jord

  • Moeder aarde.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·der

Zelfstandig naamwoord

moder v

  1. (familie), (schertsend) moeder
  2. (eufemisme), een (moederachtige) oorsprong
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   moder     modera     mødrer     mødrene  
genitief                
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief       moderi          
genitief                
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden

Guds moder

  • Moeder van God.

[2] moder jord

  • Moeder aarde.


Sloveens

Bijvoeglijk naamwoord

moder

  1. blauw


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

moder g

  1. (verouderd) moeder
Synoniemen
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   moder     modern     mödrar     mödrarna  
genitief   moders     moderns     mödrars     mödrarnas