farmor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • far·mor

Zelfstandig naamwoord

farmor m / v

  1. (familie) grootmoeder (moeder van vader)
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   farmor     v: farmora,
m: farmoren  
  farmødre,
farmødrer  
  farmødrene  
genitief   farmors     v: farmoras,
m: farmorens  
  farmødres,
farmødrers  
  farmødrenes  
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • far·mor

Zelfstandig naamwoord

farmor v

  1. (familie) grootmoeder (moeder van vader)
Verbuiging
v enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   farmor     farmora     farmødrer     farmødrene  
genitief   farmors     farmoras     farmødrers     farmødrenes  
bijvormen enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief       farmori          
genitief       farmoris          
Synoniemen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • far·mor
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van far en mor.

Zelfstandig naamwoord

farmor g

  1. (familie) grootmoeder (moeder van vader)
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   farmor     farmorn, farmodern     farmödrar     farmödrarna  
genitief   farmors     farmorns, farmoderns     farmödrars     farmödrarnas  
Verwante begrippen