kopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kopen
/ˈkopə(n)/
kocht
/kɔxt/
gekocht
/ɣəˈkɔxt/
zwak -cht volledig

Werkwoord

kopen

  1. (overgankelijk) in ruil voor geld iets in bezit krijgen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

kopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord koop