inkopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ko·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inkopen
kocht in
ingekocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

inkopen

  1. (overgankelijk) door kopen een voorraad aanleggen
    Onze Chef Bier heeft biologisch boekweitbier ingekocht.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

inkopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord inkoop
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen