aankopen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ko·pen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kopen met het voorvoegsel aan-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aankopen
kocht aan
aangekocht
zwak -cht volledig

Werkwoord

aankopen

  1. (overgankelijk) door kopen verwerven
    Zij hadden een assortiment mobiele telefoons aangekocht.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

aankopen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aankoop
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen