jam
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- jam
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | jam | jams |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
jam m
- (voeding) een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg
- Als je iets zoets wil pak je maar een boterham met jam.
Hyponiemen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Esperanto
Bijwoord
jam
Indonesisch
Woordafbreking
- jam
Woordherkomst en -opbouw
- via het Perzisch زمان (zamān) "tijd" of het Hindi (yām) uit het Sanskriet याम (yāma) "periode van drie uur"
Zelfstandig naamwoord
Synoniemen
Welsh
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| jam | jamiau |
Zelfstandig naamwoord
jam