klok

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Klok [1]
Klok [2]

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klok
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Middelnederlands clocke, vgl. Angelsaksisch clucge, Oudnoors klukka. Het Germaanse woord is mogelijk van Keltische oorsprong, vgl. Iers clog. Daar een onomatopee.
enkelvoud meervoud
naamwoord klok klokken
verkleinwoord klokje klokjes

Zelfstandig naamwoord

klok v/m

  1. (natuurkunde) een instrument dat de tijd bijhoudt.
    Als je wil weten hoe laat het is kijk je maar op de klok.
  2. (muziekinstrument) belvormige idiofoon, vooral bekend van kerktorens en carillons.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen