blokkeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·ke·ren
Woordherkomst en -opbouw


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blokkeren
blokkeerde
geblokkeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

blokkeren

  1. (overgankelijk) de toe- of doorgang versperren
    De omgevallen vrachtwagen blokkeerde de weg en er ontstond een enorme verkeersopstopping.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Citefout: De tag <ref> bestaat, maar de tag <references/> is niet aangetroffen

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen