ezel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ezel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ezel | ezels |
| verkleinwoord | ezeltje | ezeltjes |
Zelfstandig naamwoord
ezel m
- (dierkunde) Equus asinus, paardachtig dier met lange oren.
- De ezel was continu aan het balken.
- domkop.
- Je bent een ezel omdat je de sleutel bent verloren.
- steunmeubel, schildersezel.
- De schilder had het doek op zijn ezel gezet.
- de voorste hanger van een windmolen waaraan de vangbalk vooraan met een scharnierpunt vastzit.
Synoniemen
- [1] grauwtje
Verwante begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen
1. paardachtig dier
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.