azen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • azen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
azen
aasde
geaasd
zwak -d volledig

Werkwoord

azen

  1. voorzien van aas
    Hij aast zijn hengel met een stukje dode vis.
  2. ~ op: jagen op, naar iets streven
    Twee rivaliserende bedrijven aasden op die grote order.

Zelfstandig naamwoord

azen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord aas
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen