azen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- azen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| azen |
aasde |
geaasd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
azen
- voorzien van aas
- Hij aast zijn hengel met een stukje dode vis.
- ~ op: jagen op, naar iets streven
- Twee rivaliserende bedrijven aasden op die grote order.
Zelfstandig naamwoord
azen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord aas