balken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
balken
balkte
gebalkt
zwak -t volledig

Werkwoord

balken

  1. (inergatief) (dierengeluid) het geluid van een ezel maken
    De ezel stond in de wei te balken.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

balken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord balk