balken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈbɑɫkə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈbɑlkə(n)/
Woordafbreking
- bal·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| balken |
balkte |
gebalkt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
balken
- (inergatief) (dierengeluid) het geluid van een ezel maken
- De ezel stond in de wei te balken.
Vertalingen
1. het geluid van een ezel maken
Zelfstandig naamwoord
balken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord balk