zakencijfer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- za·ken·cij·fer
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | zakencijfer | zakencijfers |
| verkleinwoord | (zakencijfertje) | (zakencijfertjes) |
Zelfstandig naamwoord
zakencijfer o
- de totale hoeveelheid geld die bij koop en verkoop van een bedrijf betrokken is
- Het verwachte zakencijfer voor dit jaar bedraagt 2 miljoen euro.