nummer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • num·mer
enkelvoud meervoud
naamwoord nummer nummers
verkleinwoord nummertje nummertjes

Zelfstandig naamwoord

nummer o

  1. een aanduiding met een getal.
Afgeleide begrippen
Afkorting
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
nummeren

nummer

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nummeren
    Ik nummer.
  2. gebiedende wijs van nummeren
    Nummer!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nummeren
    Nummer je?