nummer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: nummer (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈnʏmər/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈnʏmər/
Woordafbreking
- num·mer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | nummer | nummers |
| verkleinwoord | nummertje | nummertjes |
Zelfstandig naamwoord
nummer o
- een aanduiding met een getal.
Afgeleide begrippen
Afkorting
Vertalingen
1. een aanduiding met een getal
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| nummeren |
nummer