buiten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Voorzetsel
buiten ;
- niet ingesloten in het genoemde
- hij woont buiten de stad.
| vnw. bijw. | |
|---|---|
| voorzetselbijwoord | buiten |
| neutraal | erbuiten |
| nabij | hierbuiten |
| veraf | daarbuiten |
| vragend | waarbuiten |
Bijwoord
- buiten
- 1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord:
- buitensluiten: Hij sloot de kat buiten.
- 2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord:
- Hij staat er al jaren buiten.
Vertalingen
|

