ban
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ban
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ban | bannen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (juridisch) (verouderd) het rechtsgebied van een bepaalde stad
- in de ~ doen uitsluiten van de kerkgemeenschap
- De paus trachtte de keizer in de ban te doen en zo ontstond er een conflict.
- het dwangmatig door iets of iemand gebonden zijn
- In de ban van de ring.
Verwante begrippen
- [2] anathema, kerkban, banvloek, excommunicatie
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bannen |
ban
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bannen
- Ik ban.
- gebiedende wijs van bannen
- Ban!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bannen
- Ban je?
Angelsaksisch
Uitspraak
- IPA: /ba:n/
Zelfstandig naamwoord
ban o
Engels
Uitspraak
- IPA: /bæn/
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to ban |
| he/she/it | bans |
| verleden tijd | banned |
| voltooid deelwoord |
banned |
| onvoltooid deelwoord |
banning |
| gebiedende wijs | ban |
Werkwoord
ban
Twi
Zelfstandig naamwoord
ban
Wolof
Uitspraak
Vragend voornaamwoord
ban
- welk?
Zelfstandig naamwoord
ban
Werkwoord
ban
- believen, plezier doen
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woorden in het Angelsaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Angelsaksisch
- Woorden in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Woorden in het Twi
- Zelfstandig naamwoord in het Twi
- Woorden in het Wolof
- Vragend voornaamwoord in het Wolof
- Zelfstandig naamwoord in het Wolof
- Werkwoord in het Wolof