ban

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ban
enkelvoud meervoud
naamwoord ban bannen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ban v/m

  1. (juridisch) (archaïsch) het rechtsgebied van een bepaalde stad.
  2. in de ~ doen uitsluiten van de gemeenschap
    De paus trachtte de keizer in de ban te doen en zo ontstond er een conflict.


Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

ban o

  1. bot


Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to ban
he/she/it bans
verleden tijd banned
voltooid
deelwoord
banned
onvoltooid
deelwoord
banning
gebiedende wijs ban

Werkwoord

ban

  1. uitbannen, verbannen, bannen


Wolof

Uitspraak

Vragend voornaamwoord

ban

  1. welk?

Zelfstandig naamwoord

ban

  1. modder, klei

Werkwoord

ban

  1. believen, plezier doen
Teruggeplaatst van "http://nl.wiktionary.org/wiki/ban"
Persoonlijke instellingen