gouverneur
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- gou·ver·neur
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gouverneur | gouverneurs |
| verkleinwoord | gouverneurtje | gouverneurtjes |
Zelfstandig naamwoord
gouverneur m
- (beroep) het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
- De gouverneur kreeg het voorstel er niet doorheen.
- (beroep) het hoofd van een organisatie of instelling
- De gouverneur van de centrale bank had de rente verlaagd.
- (beroep), (onderwijs) huisonderwijzer
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.