april

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
April: Très riches heures du duc de Berry

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • april
Woordherkomst en -opbouw
  • Komt van het Latijnse mensis Aprilis. De etymologie is echter onzeker. Het woord wordt wel in verband met het Latijnse aperire (openen) vanwege de onluikende natuur. Ook wordt het woord wel in verband gebracht met de Griekse godin Aphrodite, omdat de maand april was gewijd aan Venus (de Romeinse naam van Aphrodite).
enkelvoud meervoud
naamwoord april -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

april m

  1. de vierde maand van het jaar
    In april is het weer sterk wisselend.
Verwante begrippen
Maanden in het Nederlands
januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december
Spreekwoorden
Vertalingen

Meer informatie


Bosnisch

Zelfstandig naamwoord

april m

  1. april
Verbuiging


Maanden in het Bosnisch
januar
januari
februar
februari
mart
maart
april
april
maj
mei
juni
juni
juli
juli
august
augustus
septembar
september
oktobar
oktober
novembar
november
decembar
december



Deens

Uitspraak
Naar frequentie 2389

Zelfstandig naamwoord

april, g

  1. april
Afgeleide begrippen


Maanden in het Deens
januar
januari
februar
februari
marts
maart
april
april
maj
mei
juni
juni
juli
juli
august
augustus
september
september
oktober
oktober
november
november
december
december



Fries

Zelfstandig naamwoord

april g

  1. april


Maanden in het Fries
jannewaris, jannewaarje
januari
febrewaris, febrewaarje
februari
maart, meart
maart
april
april
maaie
mei
juny
juni
july
juli
augustus
augustus
septimber
september
oktober
oktober
novimber
november
desimber
december



Interlingua

Zelfstandig naamwoord

april g

  1. april


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·ril
Naar frequentie 3228
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   april     -     -     -  
genitief   aprils     -     -     -  

Zelfstandig naamwoord

april, m

  1. april
    «Om kvelden 9. april 1940 holdt Quisling en radiotale for det norske folk.»
    Op de avond van 9 april 1940 sprak Quisling de Noorse bevolking toe via de radio.
Afkorting
Afgeleide begrippen


Maanden in het Noors
januar
januari
februar
februari
mars
maart
april
april
mai
mei
juni
juni
juli
juli
august
augustus
september
september
oktober
oktober
november
november
desember
december



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·ril
aprils enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   april     aprilen     aprilar     aprilane  

Zelfstandig naamwoord

april, m

  1. april
Afkorting
Afgeleide begrippen


Maanden in het Nynorsk
januar
januari
februar
februari
mars
maart
april
april
mai
mei
juni
juni
juli
juli
august
augustus
september
september
oktober
oktober
november
november
desember
december



Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse april en etymologisch gespeld.
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  april     -  

Zelfstandig naamwoord

april

  1. april
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Bonaire en Curaçao: aprel.


Maanden in het Papiamento
Bonaire en Curaçao:
Aruba:

yanüari
januari
januari
febrüari
februari
februari
mart
maart
maart
aprel
april
april
mei
mei
mei
yüni
juni
juni
yüli
juli
juli
ougùstùs
augustus
augustus
sèptèmber
september
september
oktober
october
oktober
novèmber
november
november
desèmber
december
december



Servisch

Zelfstandig naamwoord

april m

  1. april
Verbuiging
Schrijfwijzen


Maanden in het Servisch
Cyrillisch:
Latijns:

јануар
januar
januari
фебруар
februar
februari
март
mart
maart
април
april
april
мај
maj
mei
јун, јуни
jun, juni
juni
јул, јули
jul, juli
juli
август
avgust
augustus
септембар
septembar
september
октобар
oktobar
oktober
новембар
novembar
november
децембар
decembar
december



Servo-Kroatisch

Zelfstandig naamwoord

april m

  1. april


Maanden in het Servo-Kroatisch
januar
januari
februar
februari
mart
maart
april
april
maj
mei
jun
juni
jul
juli
avgust
augustus
septembar
september
oktobar
oktober
novembar
november
decembar
december



Zweeds

  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   april     aprilmånaden     aprilmånader     aprilmånaderna  
genitief   aprils     aprilmånadens     aprilmånaders     aprilmånadernas  

Zelfstandig naamwoord

april, g

  1. april


Maanden in het Zweeds
januari
januari
februari
februari
mars
maart
april
april
maj
mei
juni
juni
juli
juli
augusti
augustus
september
september
oktober
oktober
november
november
december
december